Van de PharostelefoonDini van den HeuvelDit artikel heeft in Signaal nr.18 van december 1991 gestaan. Signaal, het verenigingsblad van Pharos, de landelijke vereniging van ouders van hoogbegaafde kinderen. Even voorstellenDe redactie van Signaal heeft mij gevraagd iets over mijn ervaringen aan de Pharostelefoon te vertellen. Eerst zal ik met even voorstellen. Ik ben Dini van den Heuvel, getrouwd en moeder van twee zonen. Zij zijn 15 en 16 jaar oud. In 1983 heb ik mijn studie MO A en B Sociale Pedagogiek/Andragogiek afgesloten. Tevoren heb ik MBO-sociale dienstverlening gestudeerd. Tijdens en na mijn studie en naast mijn gezin heb ik op verschillende
plaatsen vrijwilligerswerk gedaan. Sinds de oprichting van Pharos zijn wij lid van de vereniging. Nu zit ik sinds 1 juli j.l. maandag en woensdag van 9 – 11.30 uur aan de Pharostelefoon. Na een uitgebreid gesprek met Betty van Mourik, zij heeft tot 1 juli de Pharos telefoon aangenomen, ben ik van start gegaan.
Vragen en nog eens vragenIn het begin was het heel spannend. Wat zou er van mij gevraagd worden; aan welke informatie bestaat behoefte; hoe kan ik daarop inspelen; weet ik voldoende over de mogelijkheden van hoogbegaafden en hun problematiek en is mijn eigen ervaring van belang voor anderen? Dit waren zoal de vragen die ik me stelde.Na de eerste telefoontjes twijfelde ik er ook wel aan of ik het goed had gedaan. Heb ik goed geluisterd, geef ik de mensen genoeg ruimte om hun verhaal te vertellen, is mijn informatie voldoende geweest of kan het nog beter; vollediger, menselijker, zakelijker? Vragen en nog eens vragen. Al doende heb ik ondertussen het gevoel dat ik mijn eigen manier heb gevonden. Afhankelijk van degene die belt. luisterend, vragend, samenvattend, informatiegevend, ideeën aanreikend of alleen een adres noterend om informatie op te sturen. Soms overvalt me nog wel eens twijfel na afloop van een gesprek. Heel normaal, denk ik. Bovendien stimuleert deze twijfel me alert te blijven. Naast telefoontjes van verschillende instanties zoals de Wereldomroep voor een interview, een regionale Kruisvereniging die op consultatiebureaus beter op hoogbegaafde babies en peuters in wil spelen en leerkrachten van scholen die informatie willen over onze vereniging, bestond het grootste gedeelte van de 51 gesprekken (tot 31 oktober) uit (informatie)vragen van ouders.
ln augustus en september belden er nogal wat ouders in verband met
problemen van hun kinderen die dit schooljaar naar groep drie gingen.
Nog steeds worden kinderen die al eenvoudige zinnetjes kunnen lezen
"geplaagd" met: boom, roos vis enz. Leerkrachten moeten beter inspelen
op de beginsituatie van hun leerlingen.
Ook positieve geluidenGelukkig zijn er ook positieve geluiden aan de telefoon. De laatste tijd bellen er geregeld ouders van kinderen, die nog niet naar school gaan om informatie. Dit om zelf op de hoogte te zijn en beter in te kunnen spelen op de behoefte van hun kind. Ook bellen er ouders die door hun huisartsen, scholen, Riagg of onderwijsdienst zijn verwezen naar Pharos.Deze telefoontjes geven hoop dat er toch iets aan het gebeuren is met het taboe. Het is niet de druppel die de steen uitholt, maar het aanhoudend laten vallen. Dit gezegde geldt ook voor Pharos, nog werk genoeg dus. Door samen met ouders en andere belangstellenden die ons nummer bellen, op bovenstaande en andere vragen in te gaan probeer ik een bijdrage hieraan te leveren.
Uit de gesprekkenTenslotte enkele vragen en opmerkingen die me bijgebleven zijn uit gesprekken met mensen die belden.
|